Het Dichte Gat

Het Dichte Gat

Corrie C. De Kool-Verhoog

Het Dichte Gat. Die wonderlijke naam is gekozen voor een parkeerplaats bij de ingang van de Loenermark aan de Groenendaalse weg in Loenen, tegenover het Nationaal Ereveld. Intrigerend en prikkelend. Want hoeveel wandelaars zijn daar hun wandeling niet begonnen met de vraag naar de betekenis ervan en welke ouder met kinderen heeft daar niet een fantasierijk verhaaltje over verteld? Wie heeft er niet naar dat gat gezocht? Het Dichte Gat: was dat een kuil waar zand was afgegraven, of grind? Een ijzerkuil? Speelden daar kinderen en had men het gat weer dichtgegooid wegens instortingsgevaar? Kan er in de oorlog op die plaats een vliegtuig zijn neergestort, en is het gat dichtgegroeid? Misschien een spookgat, dat door stuifzand is verdwenen?

De naam Het Dichte Gat is oud. Op een topografische kaart uit 1917, waarvan de eerste verkenningen dateren van 1865, staan de woorden ongeveer waar nu de parkeerplaats is, maar niet duidelijk is waar dat gat in de grond precies heeft gelegen.[1] Wás het wel een gat in de grond?

Meer gaten

Oude documenten over de Marke van Loenerbosch noemen meer gaten. Het Arnhemsche gadt (in 1629), het Coldenhaever gat en Dornicker gat (1635), het oude Arnhemse gadt (1680), het Vuele gadt (1690), vele malen het Wijersch/Weyers gadt en in 1698 sprak bij een verhoor in de herberg tegenover de NH KERK in Loenen een van de getuigen over ‘het Dichte gadt’.[2] Al deze namen zijn in gebruik geweest na de reorganisatie van de Marke van Loenerbosch in 1595, tot aan ca. 1700. Behalve Het Dichte Gat. Die aanduiding is gebleven. Die is kennelijk zo tot de verbeelding gaan spreken, dat zij het eerst als markant punt heeft gebracht tot een vermelding op topografische en toeristische kaarten en daarna de naam is geworden van de huidige parkeerplaats.

Gaten en schapen

De gaten kunnen we in verband brengen met de schaapskuddes in Loenen en Zilven. Van oudsher hield men daar schapen. Heel veel schapen. De Marke van Loenerbosch had daarom regels gesteld om de balans in evenwicht te houden tussen aan de ene kant de productieketen  van heide – schapen – mest – opbrengsten van bouw- en hooiland en aan de andere kant van de balans het aantal inwoners van de dorpen. Elke verandering in grootte of aantal kon immers een verstoring van dat evenwicht opleveren. Als eerste was er het ‘recht van uitdrift’. Dat recht om schapen te mogen houden en die te laten grazen op de gemeenschappelijke heidevelden, was gebonden aan bepaalde boerderijen. Dat waren er in beide buurschappen samen misschien tien tot twaalf. Alleen de pachters van deze erven ((of hun herders) mochten hun schapen over bepaalde wegen (uitdriften) naar en van de Zilvensche en Loenensche heidevelden leiden. In 1634 gold als grootte van de kudde niet meer dan driehonderd schapen. Veel gerechtigden hadden op het uitgestrekte Loenensche heideveld een kooi (schaapschot) staan, om in de zomer hun schapen vanwege hun mest ‘s nachts daar te laten slapen. In de winter stonden de dieren dichter bij huis.

Aan de ‘mensenkant’ van de balans lag beheersing van het evenwicht in het wel of niet mogen bouwen van een huis.

Extract uijt die resolutien genomen op den holtspraeck dagh Ao 1629. Gelijc ooc mede geordineert is, dat hin vorder alle schapen uijt den bosch sullen verblijven bij poene, dat soo meenigen trop daer inne bevonden wort, verbreuct sal hebben tijn daelders, welverstaende dat die selve sullen mogen gedreven worden door ‘t oude Arnemer gat, den Caerwegh, die Wijersch wegh, ende Steegh-acke

Problemen

Ook in de zeventiende eeuw werden regels overtreden. Dan liepen er ‘vreemde’ schapen in het bos, of had een onbevoegde tóch zijn schapen over de uitdriften van de Marke laten lopen. En dat een eigenaar van meerdere boerderijen met het recht van uitdrift toch maar over twee kuddes mocht beschikken, daarover is jarenlang een proces gevoerd tussen de Marke en de rechtsgeleerde dr. Adam Huijgens, burgemeester van Doesburg. Na een reeks van aankopen had hij recht op vier kuddes, meende hij. Door bemiddeling kwam het in 1675 uiteindelijk tot een akkoord met de Marke over drie kuddes, hoewel er een bijna gelijkluidende akte van de overeenkomst bestaat die een aantal van vier noemt.[3]

De ‘gezondheid’ van hun bossen en heide was een grote zorg voor de geërfden, zeker in de tijd waarin de vrijheidsoorlog tussen de Republiek en Spanje elk moment kon opflakkeren. Zoals in 1629. Behalve de overtredingen van de inwoners zal er op de holtspraak in dat jaar ook de dreiging van oorlogsgevechten en mogelijke schade aan de bossen aan de orde zijn geweest. Spaanse troepen met weinig soldij op zak waren al op de Veluwe aanwezig om de legereenheden van prins Frederik Hendrik weg te lokken van zijn belegering van ’s-Hertogenbosch. Was het volgende besluit van de geërfden van de Marke misschien uit voorzorg genomen?

Extract uijt die resolutien genomen op den holtspraeck dagh Ao 1629.

Gelijc ooc mede geordineert is, dat hin vorder alle schapen uijt den bosch sullen verblijven bij poene, dat soo meenigen trop daer inne bevonden wort, verbreuct sal hebben tijn daelders, welverstaende dat die selve sullen mogen gedreven worden door ‘t oude Arnemer gat, den Caerwegh, die Wijersch wegh, ende Steegh-acker. [4]

Géén schapen in het bos, op straffe van tien daalders (een hoge boete!), en vier mogelijkheden om de schapen naar de velden te leiden, zo hadden de geërfden besloten. De eerste twee lagen in Zilven, de andere in Loenen. Beide buurschappen hadden hun eigen Marke en waren voor het gebruik van de bossen en heide aangewezen op de Marke van Loenerbosch. Daar hadden ze waarschijnlijk hun eigen heidevelden.

In de resolutie uit 1629 wordt een tipje van de sluier over Het Dichte Gat opgelicht: de schapen mogen dóór ’t oude Arnhemmer gat. Een gat was een dóórgang. Dit wordt bevestigd door een document van een paar jaar later. In verband met een tweejaarlijkse houtkap op telkens een ander deel van de Loenense en Zilvense enk was er in 1636 een verdeling van de enken gemaakt in tien blokken. Het eerste, meest zuidelijke blok lag naast de markegrens met Hall/Eerbeek, het tiende aan de noordkant van de Loenense enk. In de afbakening van het eerste blok staat de zinsnede ‘de wegh genaemt het kolder haver gat, liggende aen ’t zuyden van ’t Colder haever gat’. De weg genaamd het Kolderhavergat. In het verlengde van dit spraakgebruik is het aannemelijk dat het Dichte Gat niet een gat in de grond is geweest, maar een doorgang.Het kan een afgesloten weg zijn geweest.

De Caerwegh (karweg) naar Doesburg (Harderwijkerweg?) grensde aan het tweede blok, en als laatste noemde het besluit uit 1629 de Steegh-acker. Over dit wat naar de Vlasberg oplopende deel van de Loenense enk, westelijk van de Beekbergerweg, lopen nu de Schepersweg en iets noordelijker een (voor ons) naamloos pad naar de heide. Niet duidelijk is of een van de twee voerden naar Het Vuele gadt. Het Wijers gat bij de Wijersweg lag ook aan de rand van de Loenense enk. De exacte ligging van alle gaten is niet uitgezocht, maar zijn bij benadering aangegeven.

P-plaats Het Dichte Gat en schaapskooien (paars) van 1832 op Bonneblad (1865) 1917 en 1911

Geen gaten meer maar hekken

Hierboven was al sprake van een enkwal. Over onderhoud lezen we niets in de markestukken tot de holtspraak van het jaar 1683. Toen kwam de holtrichter met een voorstel om de enk ‘te bevruchten’.[5] Hij wilde de enk van een omheining voorzien. De geërfden reageerden lauw en wilden eerst een voorbeeld zien van wat hij bedoelde. De reden van zijn voorstel kan zijn geweest, dat de laatste jaren veel inwoners erop waren betrapt, dat zij hun schapen in het bos hadden laten lopen. Tonis van ’t Schaar had een boete gekregen voor honderd schapen, en zelfs de boswaarder was met zijn dieren over de schreef gedaan. Hij werd ontslagen. Een omheining van de enken met een wal plus greppel, met op de wal naar gebruik een doornhaag, en in de wal een aantal doorlaathekken zou drie voordelen hebben: geen wild meer op de enken, geen loslopende schapen en paarden in de bossen en een betere controle op de passanten.[6] In 1684 volgde een verhoging van de wildwal op kosten van allen die akkers gebruikten, grenzend aan de wal. Zij werden ook verantwoordelijk gesteld voor de hekken op hun deel van de wal. Daarvan waren er tien geplaatst.[7]

Een nieuwe naam voor een oud ‘gadt’

De namen van de oude gaten raakten daarna in onbruik. Maar er kwam een nieuwe in omloop: het Dichte Gat. In 1698 gebruikte de waard Hendrick Peters die naam in een verhoor over illegale jacht op de konijnwaranden. In zijn herberg de Capel tegenover de NH KERK in Loenen getuigde hij wel eens jagers gezien te hebben in het Loener Bosch bij het ‘Dichte Gadt’. Er was toen ook geschoten, maar door wie had hij niet gezien.

Het Dichte Gat lag dus in het bos. Dat kan een pad zijn geweest van het bos naar het Loenense heideveld ter hoogte van de parkeerplaats.[8] Misschien om de kuddes van de beide buurschappen beter gescheiden te kunnen houden, maar ook de jachtlust van Koning-stadhouder prins Willem III kan van invloed zijn geweest.

De hekken in de wildwal gaven overigens weer nieuwe problemen. De controle bleek minder waterdicht dan de geërfden hadden gehoopt. Er waren boeren, die voor een paar potten bier per jaar de hekken ook openden voor niet-gerechtigden tot de heidevelden. Tot groot ongenoegen van de eerder genoemde burgemeester dr. Adam Huijgens.[9]

Het Dichte Gat: het is een markant vertrekpunt voor een wandeling met verhalen.

Foto: G. v.d.Sprenge

[1] Collage Topografische kaarten nr. 451 Terlet  en 452 Beekbergen (verkenningen in 1865 en 1875, herzien in 1906) uitgave 1917 en 1911; CC-BY Kadaster 2022
[2] CODA Oud archief Apeldoorn nr. 273- M 30/2 resoluties, M 50 enkwal ; Gelders Archief Huis ter Horst 0405-656 verhoor konijnwaranden
[3] CODA OAA’d nr. 273 – M 43/4
[4] CODA OAA’d nr. 273 – M 30/2 resoluties
[5] CODA OAA’d nr. 273 inv.nr. 168 Prothocol van Loenenerbosch holtspraak 1683
[6] www.gtb.ivdnt.org : zie rechten-vruchten, afschutten tegen wild door omheinen of doornen rond de akker leggen. De doornhegge en de doornenakker waren oude veldnamen in Loenen en Zilven. Vandaar de inschatting van een doornhaag op de wildwal.
[7] CODA OAA’d nr. 273 – M 50
[8] Op het Loenense heideveld is in 1949 het Nationaal Ereveld aangelegd. In 2020 is dat aan de westzijde uitgebreid met de Veteranenbegraafplaats.  
[9] Zie noot 3

©C.C. De Kool-Verhoog
Loenen Veluwe

11 februari 2022

Delen:

Gerelateerde berichten

Het Dichte Gat

Corrie C. De Kool-Verhoog Het Dichte Gat. Die wonderlijke naam is gekozen voor een parkeerplaats bij de ingang van de Loenermark aan de Groenendaalse weg in Loenen, tegenover het Nationaal

De Loense Moandag mag weer!

2 jaar kon de Loense Moandag geen doorgang vinden. Maar dit jaar op 1 augustus zijn wij er weer als vanouds. In de (zeer) vroege ochtenduren is er de pony

nieuws uut loenen

Code rood, geel, oranje

Terwijl ik deze column schrijf is het buiten code oranje. Ik zit binnen bij de airco. Het is de dag der dagen! Al dagenlang worden wij licht hysterisch gemaakt omdat

protestantse kerk loenen

Start nieuw kerkelijk seizoen

In het weekend van 3 en 4 september maken we de start van een nieuw kerkelijk seizoen. Het thema van de kerkdienst is `Inspiratie’.  Het leek ons mooi om kunstenaars